Kennis
portaal

Wij zouden het kennisportaal graag samen met u verder uitbouwen

Bestektekening-_dwarsdoorsnede_en_kapplan_-_Maastricht_-_20407441_-_RCE nazatendevries 1024px-Plaggenhut;_coll._Kramer,_Rijksarchief_Groningen,_nr._624A_-_Opende_-_20525325_-_RCE Gevel_-_Elburg_-_20069073_-_RCE
Voorwaarden en tekeningen

In de middeleeuwen was er nog geen duidelijke scheiding tussen verschillende bouwfuncties, zoals ontwerp en uitvoering. In de periode 1550-1800 specialiseerden de betrokkenen bij de bouw zich echter steeds meer. Zo ontwikkelde de architectuur zich tot een zelfstandige discipline.

Vanaf de zeventiende eeuw werd in de bouw ook steeds vaker met tekeningen gewerkt en werden aan de bouw bepaalde voorwaarden gesteld. Zo werden in verband met de brandveiligheid regels opgesteld met betrekking tot houten gevels en rieten daken.

Rooimeesters

In steden hield de stadsfabriek toezicht op het bouwen door de overheid. Rooimeesters (letterlijk de ‘meesters van de rooilijnen’) voerden de overheidscontrole op het bouwen door particulieren uit. Wanneer een bouwwerk voltooid was, werd het gecontroleerd door ‘erf-scheyders’.
Wat betreft de uitvoering van bouwwerkzaamheden waren er stedelijke verordeningen. Zo was in Amsterdam vanaf 1565 al

voorgeschreven dat van ieder aangenomen werk het bestek en de voorwaarden schriftelijk moesten worden opgesteld. De rooi-meesters konden deze documenten gebruiken in geval van onenigheid. Contracten met aannemers bevatten een werkomschrijving, afspraken over bouwkundige details en benodigde bouwmaterialen. De afspraken werden op hoofdlijnen gemaakt, details werden tijdens de bouw verder uitgewerkt.

Aanbesteden in de middeleeuwen

In de achttiende eeuw werd het openbaar aanbesteden steeds meer gangbaar. Dit had tot gevolg dat de prijs van te voren goed berekend en zo laag mogelijk gehouden moest worden en dat er scherper toezicht werd gehouden op de uitvoering en bestekken.

Image
Code Napoleon en het Burgerlijk Wetboek

In de negentiende eeuw werden de regels omtrent het bouwen aangescherpt onder invloed van de Code Napoleon (1809) en het Burgerlijk Wetboek (1838). De ontwerpende kant van het bouwen (door architect en ingenieur) werd verder geprofessionaliseerd. Door de afschaffing van de gilden aan het eind van de achttiende eeuw stonden vakken als timmerman en metselaar nu open voor iedereen, met of zonder scholing.

Gemeentebesturen wilden meer eenheid in het bouwtoezicht, dat door de rooimeesters nogal eens met willekeur werd uitgevoerd. Steden ontwikkelden nieuwe bouwkeuren. Zo werden in Den Haag in 1841 diverse bouwbepalingen samengevoegd in één bouwkeur. Om het mooie uiterlijk van de stad te waarborgen werd bepaald dat voor de bouw aan een openbare weg altijd een geveltekening ingediend moest worden bij het gemeentebestuur, die werd beoordeeld door de gemeentearchitect. Later werd het ook voor particuliere bouwers verplicht om een stratenplan ter goedkeuring aan het gemeentebestuur voor te leggen. Dat laatste gold overigens niet voor hofjes met arbeiderswoningen, omdat die niet aan de openbare weg lagen.

In 1851 werd de Gemeentewet van kracht, waarin bepalingen voor het bouwen waren opgenomen. In plaats van de rooimeesters kwamen er gemeentelijke commissies die toezicht hielden op het bouwen. Later werden deze omgevormd tot een bouwpolitie. In de negentiende eeuw nam de overheid meer verantwoordelijkheid voor het welzijn van de inwoners en de volksgezondheid. Zo werd in 1875 de Hinderwet ingevoerd, die tot gevolg had dat de taken van de bouwpolitie werden uitgebreid. In de loop van de eeuw troffen vele epidemieën met name de arbeidersbevolking en de armen in de steden. Dit leidde tot het besef dat er maatregelen nodig waren om de woonomstandigheden van de lagere klassen te verbeteren.

Image
Woningwet van 1901

Een belangrijke mijlpaal in de bouwwetgeving was de invoering van de Woningwet in 1901. Elke gemeente moest vanaf dat moment een uitbreidingsplan en een bouwverordening hebben. Doel van de Woningwet was om de bewoning van slechte woningen onmogelijk te maken en de bouw van goede woningen te bevorderen. De wet stelde daarom bouwtechnische eisen aan alle

bouwwerken. Ook was in de Woningwet een stelsel opgenomen voor bouwvergunningen. Wie iets nieuws wilde bouwen of een bestaand gebouw wilde verbouwen, moest daarvoor een bouwvergunning bezitten, die door Burgemeester en Wethouders werd verleend. Gemeentelijke diensten van bouw- en woningtoezicht zorgden voor de controle op de naleving van de Woningwet.

Menu